ECLI:NL:RVS:2016:1260
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende onderzoek arbeidsrecht vreemdeling op unierechtelijke grondslag
De minister legde appellante een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank matigde deze boete tot €2.000, maar de minister en appellante gingen in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling, die arbeid verrichtte zonder tewerkstellingsvergunning, op grond van het unierecht al dan niet gerechtigd was om in Nederland te werken. De vreemdeling had een verblijfsvergunning als familielid van een EU-burger, maar de minister stelde dat deze rechten pas golden na inschrijving in de basisregistratie personen (brp).
De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende had onderzocht of de vreemdeling op grond van het unierecht al eerder arbeid mocht verrichten. De inschrijving in de brp was niet bepalend voor het recht op arbeid. Hierdoor was het boetebesluit onrechtmatig en moest het worden vernietigd. Tevens werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt herroepen wegens onvoldoende onderzoek naar het recht op arbeid van de vreemdeling op grond van het unierecht.