ECLI:NL:RVS:2014:2511
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Herziening boetes wegens illegale tewerkstelling volgens Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluiten van 4 april 2011 en 16 augustus 2011 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan appellante sub 2 boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), betreffende illegale tewerkstelling van drie vreemdelingen.
De rechtbank Gelderland vernietigde en matigde deze boetes, maar de minister en appellante sub 2 gingen in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de minister wel degelijk had aangetoond dat een van de vreemdelingen arbeid had verricht zonder vergunning, waardoor het hoger beroep van de minister gegrond was en de uitspraak van de rechtbank gedeeltelijk moest worden vernietigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de verwijtbaarheid en evenredigheid van de boetes. Hoewel appellante sub 2 inspanningen had verricht om overtredingen te voorkomen, vond de Raad dat deze onvoldoende waren om een matiging van meer dan 50% te rechtvaardigen. Desondanks achtte de Afdeling een matiging van 75% passend, mede vanwege de inspanningen na de boeteoplegging.
Verder werd overwogen dat appellante sub 2 in strijd had gehandeld met de doelstellingen van de Wav, ondanks het ontbreken van financieel voordeel en de kleine omvang van de onderneming. Ten slotte werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure deels was overschreden, wat leidde tot een verdere matiging van de boetes. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover deze niet werd vernietigd en de boetehoogtes werden aangepast.
Uitkomst: De boetes wegens illegale tewerkstelling worden gematigd en één boete wordt herroepen, met bevestiging van de overige boetes en toekenning van proceskosten aan appellante sub 2.