ECLI:NL:RVS:2016:1277
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onttrekken woning zonder vergunning in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum legde appellant een bestuurlijke boete van €12.000 op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte aan een locatie in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte. Appellant had de woning deels onderverhuurd aan meerdere personen terwijl hij zelf tijdelijk niet woonde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de boete. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad stelde vast dat appellant het overtreden van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet niet had bestreden en dat het dagelijks bestuur bevoegd was de boete op te leggen.
De Raad oordeelde echter dat de hoogte van de boete niet evenredig was gezien appellant niet-bedrijfsmatig handelde, geen financieel voordeel had genoten en slechts één woning verhuurde. De boete van €12.000 werd daarom buiten toepassing gelaten en de Raad legde een lagere boete van €3.000 op, passend bij de situatie en rekening houdend met de geringe financiële draagkracht van appellant.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het eerdere besluit herroepen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde en herroepen besluit.
Uitkomst: De Raad van State verlaagt de bestuurlijke boete van €12.000 naar €3.000 wegens onevenredigheid en herroept het eerdere besluit.