ECLI:NL:RBROT:2018:8849
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens niet naleven HACCP-beginselen in bakkerij
Op 4 mei 2017 voerde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een inspectie uit bij een bakkerij waar saucijzen- en frikadelbroodjes werden bewaard bij temperaturen van circa 21°C, wat hoger is dan de toegestane 7°C volgens het Warenwetbesluit. De toezichthouder stelde vast dat de bakkerij geen gebruik maakte van de module Ongekoelde Presentatie Bakkerijproducten uit de Hygiënecode, wat onder meer microbiologisch onderzoek en temperatuurcontroles vereist.
De bakkerij kreeg een bestuurlijke boete van €525 opgelegd wegens het niet naleven van de HACCP-beginselen, zoals voorgeschreven in het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen en de Europese verordening 852/2004. De bakkerij betwistte de overtreding en voerde aan dat de inspectie een momentopname was en dat de verklaringen van de vader van de eigenaresse, die gebrekkig Nederlands spreekt, niet betrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de overtreding vaststaat omdat geen bewijs is geleverd dat de module Ongekoelde Presentatie Bakkerijproducten werd toegepast. De verklaringen van de vader waren consistent met de vastgestelde temperaturen en werden als betrouwbaar beschouwd. Ook de eerdere schriftelijke waarschuwing van maart 2017 onderstreepte het ontbreken van naleving. De rechtbank verwierp het verzoek tot matiging van de boete en vond het beleid van de overheid inzake financiële draagkracht redelijk.
Ten slotte werd geoordeeld dat het bestuursorgaan terecht afzag van het horen in bezwaar omdat de bezwaren geen ander besluit konden opleveren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de opgelegde boete bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van HACCP-beginselen wordt ongegrond verklaard en de boete van €525 gehandhaafd.