ECLI:NL:RVS:2016:128
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens niet behoren tot minderheidsgroep
Appellant heeft een aanvraag om voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingediend, welke door de Raad van Bestuur is afgewezen omdat hij niet onder de in de wet en regeling aangewezen minderheidsgroepen valt. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat hij als vluchteling Bulgarije had verlaten en dat de regeling ongerechtvaardigd onderscheid maakt naar nationaliteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat appellant rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van een verblijfsvergunning regulier en niet als asielzoeker, zodat artikel 2, aanhef en onder d, van de Regeling niet van toepassing is. Tevens is geoordeeld dat het onderscheid in de Regeling tussen nationaliteiten een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent, gebaseerd op historische en beleidsmatige gronden zoals wervingsovereenkomsten en koloniaal verleden.
De Afdeling concludeert dat appellant niet behoort tot een minderheidsgroep als bedoeld in de Remigratiewet en dat daarom geen belangenafweging aan de orde is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag onder de Remigratiewet bevestigd.