ECLI:NL:RVS:2016:1305
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot naturalisatie wegens gevaar voor openbare orde
Appellant verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar dit verzoek werd op 19 juni 2014 door de staatssecretaris afgewezen vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze afwijzing werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Noord-Nederland bij uitspraak van 7 augustus 2015. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of het openbare ordebegrip bij de beoordeling van het naturalisatieverzoek nationaalrechtelijk dan wel unierechtelijk moest worden geïnterpreteerd. Appellant stelde dat zijn verzoek verband hield met het Unierecht en dat het openbare ordebegrip van het Unierecht van toepassing was. De Raad van State oordeelde echter dat de naturalisatie van personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de EU bezitten, buiten de werkingssfeer van het Unierecht valt. Het nationale openbare ordebegrip, zoals neergelegd in artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap, is derhalve van toepassing.
De Raad van State bevestigde dat appellant op grond van een strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf een gevaar voor de openbare orde vormt en dat de minister het verzoek terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 18 mei 2016 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot naturalisatie bevestigd.