ECLI:NL:RVS:2016:1315
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- D.J.C. van den Broek
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bescherming overgangsrecht voor puinbreekactiviteiten op perceel te Horst
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas wees een verzoek af om handhavend op te treden tegen sloop- en puinbreekactiviteiten op een perceel te Horst, waarop verzoeker geluid- en trillingsoverlast ondervond. De rechtbank Limburg oordeelde dat deze activiteiten in strijd waren met het bestemmingsplan "Buitengebied Horst 1997" en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omvang van de activiteiten op de peildatum.
Het geschil draaide om de uitleg van de bestemming "aannemersbedrijf" en de vraag of de puinbreekactiviteiten onder het overgangsrecht vielen. De rechtbank vond dat puinbreken niet onder "aannemersbedrijf" viel en dat het college onvoldoende had onderzocht of de activiteiten op de peildatum de omvang van 50 m³ overschreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat puinbreekactiviteiten ruimtelijk zwaarder wegen dan aannemersactiviteiten en dat het begrip "aannemersbedrijf" niet zo ruim mag worden uitgelegd. Wel achtte de Afdeling het college aannemelijk dat op de peildatum een opslagcapaciteit van 5.000 m³ bestond, zoals blijkt uit een revisievergunning van het college van GS. De betwisting van verzoeker was onvoldoende gemotiveerd om dit te weerleggen.
Daarom viel de omvang van 5.000 m³ onder het overgangsrecht en was het college niet bevoegd handhavend op te treden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant sub 2 terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het college is niet bevoegd handhavend op te treden tegen puinbreekactiviteiten tot 5.000 m³.