ECLI:NL:RVS:2017:3273
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan met maximale puinverwerkingshoeveelheid
De raad van de gemeente Horst aan de Maas stelde op 4 april 2017 een bestemmingsplan vast voor een perceel te Horst, waarin een maximum van 60.000 m³ puinverwerking per jaar werd opgenomen. Dit bestemmingsplan was een reparatie van een eerder plan waarin het perceel ten onrechte was bestemd als timmerbedrijf, terwijl er sinds de jaren ’80 een aannemersbedrijf met sloop- en puinbreekactiviteiten werd geëxploiteerd.
Appellante, mede-eigenaar van het perceel, maakte bezwaar tegen het maximum van 60.000 m³ puinverwerking, stellende dat deze normering niet ruimtelijk relevant zou zijn en dat de omvang van de bedrijfsactiviteit reeds werd geregeld door een revisievergunning van het college van gedeputeerde staten van Limburg. De raad verdedigde het maximum als noodzakelijk vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en ter voorkoming van milieueffecten waarvoor een milieueffectrapportage vereist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het maximum in het bestemmingsplan overeenkomt met de door het college verleende revisievergunning en dat het opnemen van een dergelijke ruimtelijk relevante regel in het bestemmingsplan niet is verboden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan met een maximum van 60.000 m³ puinverwerking per jaar wordt ongegrond verklaard.