ECLI:NL:RVS:2016:1367
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na Dublinprocedure en heroverweging
De vreemdeling diende op 27 februari 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verzocht op 5 maart 2015 de Franse autoriteiten om de behandeling van de aanvraag over te nemen op grond van de Dublinverordening. Frankrijk wees dit verzoek op 5 mei 2015 af, maar stemde na een verzoek tot heroverweging op 27 november 2015 alsnog in.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de niet-in-behandeling-neming van zijn aanvraag ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de procedure onredelijk lang had geduurd en dat Nederland verantwoordelijk was geworden voor de behandeling. De Raad van State oordeelde dat de duur van de procedure niet onredelijk was en dat de staatssecretaris voldoende inspanningen had verricht, waaronder rappelleren bij de Franse autoriteiten.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat Nederland niet verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Tevens werd het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen afgewezen omdat er geen twijfel bestond over de uitleg van het Unierecht. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat Nederland niet verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.