ECLI:NL:RVS:2016:1378
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring van gezin met minderjarige kinderen bevestigd ondanks belangenafweging
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de vreemdelingenbewaring van een moeder en haar twee minderjarige kinderen onrechtmatig achtte en de bewaring op 7 april 2016 ophefte. De moeder en haar kinderen, allen Burundese nationaliteit, waren op 29 maart 2016 opnieuw in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de bewaring noodzakelijk was en dat een lichter middel passend was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de moeder en haar kinderen alle gelegenheid hadden gehad om Nederland vrijwillig te verlaten, maar dat de moeder asielaanvragen had ingediend om de uitzetting te frustreren. De Raad van State bevestigde dat de bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 gerechtvaardigd was vanwege het risico op onttrekking en het feit dat de asielaanvragen louter waren ingediend om het terugkeerbesluit te frustreren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij rekening werd gehouden met de belangen van de minderjarige kinderen en de inrichting van de Gesloten Gezinsvoorziening, voldoende was gemotiveerd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de motivering onvoldoende was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling en haar kinderen ongegrond verklaard. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdeling en haar kinderen ongegrond.