ECLI:NL:RVS:2024:1217
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- B. Meijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid bewaring vreemdelingen met minderjarige kinderen
De Raad van State behandelde hoger beroepen van een gezin van vreemdelingen, bestaande uit ouders en drie minderjarige kinderen, tegen uitspraken van de rechtbank die de bewaring van het gezin rechtmatig achtte. De bewaring vond plaats in twee periodes: eerst op 16 juni 2023 en vervolgens op 6 juli 2023, met het oog op uitzetting naar Nigeria.
De staatssecretaris had een verzwaarde belangenafweging gemaakt, waarbij onder meer de leeftijd en medische situatie van de kinderen, de samenstelling van het gezin en het belang van het samenblijven met ouders werden meegewogen. De bewaring vond plaats in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist, een detentiecentrum aangepast aan kinderen, wat een belangrijk verschil was met eerdere jurisprudentie van het EHRM.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris voldoende rekening had gehouden met de herhaalde asielaanvragen en de te verwachten duur van de bewaring. De totale duur van de bewaring bleef binnen de maximale termijn van twee weken die het beleid voorschrijft, en de staatssecretaris had zich ingespannen om de asielprocedure zo spoedig mogelijk af te handelen.
De grieven van de vreemdelingen, waaronder dat de bewaring te lang duurde en dat het gedrag van de ouders ten onrechte zwaar werd meegewogen, werden verworpen. De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en oordeelde dat de bewaring rechtmatig was en dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende waren meegewogen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring van het gezin met minderjarige kinderen en verklaart de hoger beroepen ongegrond.