ECLI:NL:RVS:2016:1411
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Nederlandse identiteitskaart wegens weigering afgifte vingerafdrukken
Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een Nederlandse identiteitskaart, waarbij hij weigerde zijn vingerafdrukken af te staan uit privacyoverwegingen. De burgemeester liet de aanvraag buiten behandeling omdat de wet op dat moment geen mogelijkheid bood tot verstrekking zonder vingerafdrukken.
De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de toepasselijkheid van EU-verordening 2252/2004 op identiteitskaarten. Het Hof oordeelde dat deze verordening niet van toepassing is op nationale identiteitskaarten, ongeacht hun geldigheidsduur of gebruik als reisdocument.
De Afdeling concludeerde dat de verplichting tot afgifte van vingerafdrukken voor de Nederlandse identiteitskaart geen wettelijke grondslag had en een ongerechtvaardigde inmenging in het recht op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro vormde. De opslag van gezichtsopnamen in de decentrale reisdocumentenadministratie werd echter als proportioneel en gerechtvaardigd beoordeeld.
De Afdeling vernietigde het besluit van de burgemeester en veroordeelde hem tot vergoeding van proceskosten. De aanvraag van appellant dient alsnog in behandeling te worden genomen, tenzij hij inmiddels al over een identiteitskaart beschikt.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester om de aanvraag voor een Nederlandse identiteitskaart buiten behandeling te laten wegens weigering afgifte vingerafdrukken wordt vernietigd.