Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2018 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Staatsblad2014, 2, hierna: de Wet biometrie). De Nederlandse wetgever heeft met de invoering van deze wet de bevoegdheden uit de Europese verordeningen met betrekking tot biometrische gegevens aangevuld. Zo is met de Wet biometrie artikel 106a, eerste lid, in de Vw 2000 ingevoegd, waarin is bepaald dat van een vreemdeling een gezichtsopname en tien digitale vingerafdrukken kunnen worden afgenomen en verwerkt voor het vaststellen van de identiteit met het oog op de uitvoering van de Vw 2000. Verder zijn de artikelen 107 en 107a van de Vw 2000 van belang, waarin de bevoegdheid tot het verwerken en de opslag van biometrische gegevens is opgenomen.
Kamerstukken II, 2011/12, 33 192, 3) volgt dat het doel van de voorgestelde maatregel het beschermen van de openbare veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten is. Meer specifiek wordt met de maatregel een verbetering van de identiteitsvaststelling van vreemdelingen en tevens bestrijding van identiteitsfraude en fraude met documenten en het tegengaan van identiteitsdiefstal beoogd. Verweerder heeft erop gewezen dat een foto en de digitale versie daarvan onmiskenbaar bijdragen aan de vaststelling van de identiteit van een persoon en dat vingerafdrukken objectieve unieke informatie geven over natuurlijke personen. Dit maakt het daarom mogelijk om de identiteit van een persoon nauwkeurig te verifiëren, waarbij onder meer van belang is dat door het gebruik van biometrische gegevens identificatie niet afhankelijk is van de betrouwbaarheid van een eventueel identiteitsdocument. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de afname en verwerking van biometrische gegevens een legitiem doel heeft en dat hiermee een dringend maatschappelijk belang wordt gediend. Ook is het afnemen en verwerken van biometrische gegevens geschikt om de verwezenlijking van het nagestreefde legitieme doel te waarborgen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep heeft gemaakt tot een bedrag van € 1252,50.