ECLI:NL:RVS:2016:1429
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing restitutie kosten basisexamen inburgering buitenland
Appellant verzocht om restitutie van de kosten voor het afleggen van het basisexamen inburgering in het buitenland, dat zij in 2008 met goed gevolg had afgelegd. Haar aanvraag werd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel afgewezen omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen de inburgeringsplicht die was verbonden aan haar verblijfsvergunning van 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zij niet redelijkerwijs bezwaar hoefde te maken tegen de inburgeringsplicht, omdat zij niet was geïnformeerd over het rechtsmiddel en het restitutiebeleid zich pas later ontwikkelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de inburgeringsplicht een voorwaarde was voor de verlening van de verblijfsvergunning en dat appellant op het moment van betaling van het examen op de hoogte was van deze verplichting. Omdat zij geen bezwaar had gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn, was de beslissing van de minister in rechte onaantastbaar geworden.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om restitutie van de kosten voor het basisexamen inburgering in het buitenland wordt afgewezen wegens het ontbreken van tijdig bezwaar.