ECLI:NL:RVS:2016:1430
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing restitutie kosten basisexamen inburgering buitenland
Appellante verzocht om restitutie van de kosten voor het afleggen van het basisexamen inburgering in het buitenland, dat zij in 2009 heeft afgelegd. De minister wees dit verzoek af op grond van de Compensatieregeling, omdat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen de aan haar opgelegde inburgeringsplicht bij de verlening van haar verblijfsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet redelijkerwijs bezwaar hoefde te maken, omdat zij onvoldoende geïnformeerd was en het restitutieverzoek pas na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in 2011 kon indienen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de inburgeringsplicht kenbaar was op het moment van betaling en het examen en dat appellante tijdig bezwaar had kunnen maken. Omdat zij dit niet heeft gedaan, is het besluit in rechte onaantastbaar geworden. De Compensatieregeling is gericht op restitutie aan degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het restitutieverzoek bevestigd.