ECLI:NL:RVS:2016:1453
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig nemen besluit Wob-verzoek door gemeente Ermelo
Op 11 mei 2014 diende appellant een Wob-verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, gericht op documenten over een intern onderzoek naar oneigenlijk gebruik van Wob-verzoeken. Het college reageerde met brieven waarin werd aangegeven dat het verzoek niet via het voorgeschreven formulier was ingediend en dat onvolledig ingevulde formulieren niet in behandeling worden genomen. Het college verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze brieven niet-ontvankelijk.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 30 juli 2014 ongegrond en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brieven van het college niet als een uitnodiging tot aanvulling met een concrete termijn konden worden beschouwd en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de beslistermijn was opgeschort.
De Afdeling vernietigde het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en droeg het college op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen. Tevens werd het college een dwangsom opgelegd en veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo is opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen op het Wob-verzoek en is een dwangsom opgelegd.