ECLI:NL:RVS:2016:1523
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- D.J.C. van den Broek
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid college tot handhaving tegen bestaande bouwwerken in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul legde appellant een last onder dwangsom op om bouwwerken te verwijderen die zonder vergunning waren gerealiseerd en in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank Limburg oordeelde echter dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat appellant niet als overtreder kon worden aangemerkt. Zowel het college als appellant stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State bekeek de definitie van 'bestaand' in het bestemmingsplan Centrum Valkenburg en concludeerde dat de bouwwerken, die al bestonden bij terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, onder bestaande bebouwing vallen en dus niet onder nieuwbouw, waarvoor het bestemmingsplan nieuwbouw verbiedt. Hierdoor zijn de bouwwerken niet in strijd met het bestemmingsplan en was het college niet bevoegd handhavend op te treden op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.
Het college betoogde dat de uitspraak van de rechtbank onjuist was, onder meer omdat de overtreding volgens hen op een ander wetsartikel was gebaseerd. De Raad van State verwierp dit en benadrukte dat de bouwwerken voor de inwerkingtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo waren gebouwd, waardoor dit artikel niet als grondslag voor handhaving kan dienen.
Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, dat van het college ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht. De uitspraak bevestigt dat bestaande bouwwerken die zonder vergunning zijn gebouwd maar al bestonden bij terinzagelegging van het bestemmingsplan, niet zonder meer als strijdig met het bestemmingsplan kunnen worden aangemerkt.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd om handhavend op te treden tegen de bouwwerken en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard.