ECLI:NL:RVS:2016:1611
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geen recht op kinderopvangtoeslag wegens niet duurzaam gescheiden leven
De Belastingdienst stelde de kinderopvangtoeslag van appellante over 2010 en 2011 definitief op nihil vast en vorderde terugbetaling van voorschotten. Appellante voerde aan dat zij en haar partner feitelijk duurzaam gescheiden leefden omdat haar partner in Duitsland gedetineerd was, waardoor zij recht meende te hebben op toeslag.
De rechtbank oordeelde dat de detentie van de partner niet leidde tot duurzaam gescheiden leven, omdat dit geen bewuste keuze tot verbreking van de echtelijke samenleving was. Dit oordeel werd bevestigd door de Raad van State, die stelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware men niet gehuwd, en dat dit door een bewuste en bestendige intentie moet worden gedragen.
De Raad van State overwoog dat de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie niet doorslaggevend was, en dat het feit dat appellante toeslagen ontving op basis van een nihil inkomen van haar partner en een alleenstaande ouderkorting in 2010 niet tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011.