ECLI:NL:RVS:2016:166
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning uitbreiding rundveehouderij nabij Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 6 september 2014 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding van een rundveehouderij aan een locatie in Den Velde. De Coöperatie Mobilisation for the Environment (Mob) maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
Mob betoogde onder meer dat het college ten onrechte geen passende beoordeling had gemaakt voor het Duitse Natura 2000-gebied Itterbecker Heide en dat emissierechten niet als maatregel konden worden meegenomen. Deze gronden werden ingetrokken. Verder voerde Mob aan dat externe saldering onterecht was toegepast omdat een stal aan een andere locatie niet was gerealiseerd, dat onvoldoende rekening was gehouden met instandhoudingsdoelstellingen en cumulatieberekeningen, en dat het uitrijden van mest onvoldoende was beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat kennisgeving in Duitsland niet verplicht was, dat externe saldering terecht was toegepast ondanks het niet realiseren van stal 6, dat het college geen aanvullende maatregelen hoefde op te nemen omdat het stand-still beleid voert, en dat cumulatieberekeningen alleen betrekking hebben op aangevraagde activiteiten. Het uitrijden van mest maakt geen onderdeel uit van het project en behoeft geen vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor uitbreiding van de rundveehouderij wordt ongegrond verklaard.