ECLI:NL:RVS:2016:3068
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- D.J.C. van den Broek
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning uitbreiding veehouderij wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft bij besluit van 6 oktober 2015 de aanvraag van appellant om een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding van een schapen- en nertsenhouderij te Venhorst geweigerd. Appellant voerde aan dat het college ten onrechte mitigerende maatregelen, zoals externe saldering door gedeeltelijke intrekkingen van milieuvergunningen van andere veehouderijen, buiten beschouwing had gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft onderzocht of het college deze mitigerende maatregelen terecht buiten beschouwing liet. Voor drie locaties (Milheeze, De Rips en Haps) concludeerde de Afdeling dat het college onvoldoende gegevens had ontvangen om de werking van de maatregelen te verifiëren, maar dat het college appellant ook niet in de gelegenheid had gesteld om deze gegevens alsnog aan te leveren. Dit vormde een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het college bij de belangenafweging voor het beschermde natuurmonument Dommelbeemden een onjuiste uitgangssituatie hanteerde en de weigering van de vergunning niet zorgvuldig had voorbereid. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de vergunning wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.