ECLI:NL:RVS:2016:1690
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vertrekplicht vreemdeling en toewijzing beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen. Bij besluit van 5 april 2016 werd tevens bepaald dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken moest verlaten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte niet had vastgesteld dat aan de vreemdeling een vertrekplicht was opgelegd. De Afdeling stelde vast dat het besluit van 5 april 2016 onrechtmatig was voor zover daarin de vertrekplicht werd opgelegd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover het de vertrekplicht betrof. De aanvraag werd niet alsnog in behandeling genomen, maar de onterechte vertrekplicht werd verwijderd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vertrekplicht wordt vernietigd.