ECLI:NL:RVS:2016:1696
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-huwelijkse staat vreemdeling in vreemdelingenprocedure
De staatssecretaris wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling gehuwd was met referent. De staatssecretaris baseerde zijn oordeel op verklaringen van referent aan de UNHCR, IND en COA, waarin hij expliciet verklaarde niet gehuwd te zijn. De vreemdeling overlegde pas in hoger beroep een kopie van een huwelijksakte waarvan de authenticiteit niet kon worden vastgesteld.
De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van referent overtuigend waren en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij gehuwd waren. De rechtbank had ten onrechte rekening gehouden met de huwelijksakte die pas in hoger beroep was overgelegd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.