ECLI:NL:RVS:2013:1194
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf na bezwaar en hoger beroep
De minister heeft op 22 juli 2011 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen en het bezwaar van 23 september 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdelingen deels gegrond en vernietigde het besluit, met uitzondering van de rechtsgevolgen voor vreemdelingen 1 en 2.
De minister en vreemdelingen 1 en 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een beleidswijziging uit 2012 bij de beoordeling had betrokken, omdat deze niet van toepassing is op mvv-procedures en geen terugwerkende kracht heeft. Hierdoor werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en dat van de vreemdelingen 1 en 2 ongegrond.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris de gehoren van vreemdelingen 3 en 4 op de ambassade te Addis Abeba zorgvuldig had afgenomen en dat de tegenstrijdigheden in verklaringen reden waren om niet aan te nemen dat vreemdelingen 3, 4, 5 en 6 feitelijk tot het gezin van de referente behoorden. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was de verslagen van de gehoren toe te zenden in de bestuurlijke fase. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdelingen ongegrond, en het beroep wordt ongegrond verklaard.