ECLI:NL:RVS:2016:1740
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat TRIP en The Resource als één bedrijf gelden voor parkeervergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok op 16 juli 2014 de bedrijfsparkeervergunning van TRIP in, omdat TRIP samen met The Resource als één bedrijf werd aangemerkt volgens de parkeerverordening. TRIP stelde zich op het standpunt dat zij een zelfstandig bedrijf vormde en betwistte de intrekking.
De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat TRIP een zelfstandig bedrijf was en vernietigde het besluit tot intrekking van de vergunning. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het begrip (juridische) constructie in de parkeerverordening ruim moet worden uitgelegd en dat TRIP en The Resource zich in het maatschappelijke verkeer als één bedrijf presenteren, met gemeenschappelijke diensten, hetzelfde adres, e-maildomein en website. Hoewel zij financieel gescheiden zijn en verschillende bestuurders en aandeelhouders hebben, leidt dit niet tot het oordeel dat het om verschillende bedrijven gaat.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van TRIP ongegrond, waarmee het college in het gelijk werd gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bedrijfsparkeervergunning aan TRIP wordt bevestigd omdat TRIP en The Resource als één bedrijf worden beschouwd.