ECLI:NL:RVS:2016:1761
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onrechtmatig uitstel van vertrek vreemdeling wegens gezondheidsredenen
De vreemdeling met de Indiase nationaliteit had geen rechtmatig verblijf en vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens zijn gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit aanvankelijk af, gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat de vreemdeling onder voorwaarden kon reizen en medische zorg in India mogelijk was.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de noodzakelijke langdurige medische zorg en hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) in India beschikbaar zou zijn. De Afdeling bevestigde deze uitspraak. Vervolgens verleende de staatssecretaris uitstel van vertrek met ingang van 23 april 2015 tot 23 april 2016.
De rechtbank stelde echter vast dat de latere ingangsdatum van het uitstel van vertrek onrechtmatig was omdat deze uitsluitend aan de staatssecretaris te wijten was, waardoor de vreemdeling onnodig in een ongunstige positie kwam. De staatssecretaris voerde tegen dat er geen verblijfsgat was omdat de vreemdeling nooit rechtmatig verblijf had gehad en dat de beleidsregel correct was toegepast. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de beleidsregel buiten toepassing had moeten blijven vanwege de onzorgvuldige handelwijze van de staatssecretaris.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Tevens werd griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.