ECLI:NL:RVS:2016:1808
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning melkveehouderij wegens onvoldoende motivering stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 10 juni 2015 een vergunning voor het vestigen en exploiteren van een melkveehouderij aan de Achterweg te Nieuwveen. De Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en de vereniging Leefmilieu stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de bedrijfssituatie is onderschat.
Zij betoogden onder meer dat de Hinderwetvergunning van een saldo-gevende veehouderij aan de Molenweg te Zevenhoven deels vervallen was wegens onderbezetting, waardoor onvoldoende saldo zou resteren om de toename van stikstofdepositie te compenseren. Het college voerde aan dat de vergunning niet vervallen was en dat voldoende saldo resteerde, ondersteund door een berekening over 1991.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of de vergunning gedeeltelijk was vervallen over de relevante periode van drie jaar, en dat de enkele stelling dat varkens elders werden gehouden onvoldoende was om de meitellingen te betwisten. Hierdoor ontbrak een draagkrachtige motivering voor het besluit.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de gewijzigde wetgeving per 1 juli 2015. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stikstofdepositie en saldering; het college moet binnen zes maanden een nieuw besluit nemen.