ECLI:NL:RVS:2016:1881
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade woningbouwproject Beinum West fase 1a in Doesburg
Appellant is sinds 1997 eigenaar van een woning nabij het gebied waar het woningbouwproject Beinum West fase 1a is gerealiseerd. Hij vordert een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van zijn woning door dit project, dat 105 woningen omvatte. Het college van burgemeester en wethouders van Doesburg wees dit verzoek af, stellende dat de planologische ontwikkeling voorzienbaar was op het moment van aankoop.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het woningbouwproject niet voorzienbaar was en dat de rechtbank ten onrechte de voorzienbaarheid op grond van het structuurplan 1976 had aangenomen. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste of het structuurplan 1976, ondanks latere plannen en ontwikkelingen, nog steeds een concreet en kenbaar beleidsvoornemen vormde.
De Afdeling oordeelde dat het structuurplan 1976, waarin het plangebied als woningbouwlocatie was aangeduid, op het moment van aankoop nog steeds gold. Latere plannen en beleidsdocumenten, waaronder het bestemmingsplan Beinum 2/Plan Campstede en het streekplan Gelderland 1996, brachten geen ondubbelzinnige wijziging in dit beleidsvoornemen. Ook waren latere uitlatingen en documenten niet relevant omdat ze na de aankoopdatum dateren.
De conclusie luidde dat de planologische ontwikkeling voorzienbaar was en dat appellant de planschade voor zijn rekening moet laten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om tegemoetkoming in planschade is afgewezen omdat de planologische ontwikkeling voorzienbaar was op het moment van aankoop.