ECLI:NL:RVS:2016:1905
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en terugwijzing zaak
Bij besluit van 18 februari 2016 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld op basis van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank Den Haag verklaarde zich echter onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen dit besluit, omdat zij dit aanzag als een vervolgberoep op de eerdere bewaring van 1 januari 2016. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze onbevoegdverklaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het besluit van 18 februari 2016 een nieuwe maatregel van bewaring betreft, gebaseerd op een andere wettelijke grondslag dan het besluit van 1 januari 2016. Hierdoor is het beroep tegen het besluit van 18 februari 2016 een eerste beroep in de zin van artikel 94 Vreemdelingenwet Pro 2000, en geen vervolgberoep. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor haar uitspraak onjuist is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling van het beroep. Tevens stelt zij de proceskosten van de vreemdeling vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het beroep tegen de vreemdelingenbewaring.