ECLI:NL:RVS:2016:1940
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige belastingaanslagen
Op 30 september 2005 werden aan appellant navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd over de jaren 2000, 2001 en 2002. Deze aanslagen werden later door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de Hoge Raad verklaarde de daarop ingestelde cassatieberoepen ongegrond. Appellant verzocht vervolgens de staatssecretaris om schadevergoeding wegens de onrechtmatige aanslagen. Dit verzoek werd bij brief van 9 maart 2015 afgewezen, waarna de staatssecretaris het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat de brief van 9 maart 2015 geen besluit is waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter mogelijk is, mede vanwege de eis van processuele connexiteit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak en stelt dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is om te oordelen over het verzoek om schadevergoeding.
Appellant stelde dat er een direct verband bestaat tussen de schade en de onrechtmatige besluitvorming, maar de Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de bestuursrechter niet bevoegd is, omdat tegen de oorspronkelijke aanslagen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Ook feitelijke handelingen van ambtenaren kunnen niet via bestuursrechtelijke weg worden aangevochten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.