ECLI:NL:RVS:2016:1982
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor huisvesting buitenlandse werknemers in niet-grondgebonden agrarisch bedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland weigerde op 29 juli 2014 een omgevingsvergunning aan appellant voor het huisvesten van zeven buitenlandse werknemers in een bedrijfswoning op een perceel te Hem. Deze weigering werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Noord-Holland bevestigd op 24 juli 2015. Appellant stelde in hoger beroep dat het gebruik onder overgangsrecht viel en voerde het gelijkheidsbeginsel aan, maar deze nieuwe argumenten werden buiten beschouwing gelaten omdat ze niet eerder waren ingebracht.
De kern van het geschil betrof de vraag of het bedrijf van appellant een grondgebonden agrarisch bedrijf is, wat een vereiste is voor vergunningverlening. Het bestemmingsplan staat grondgebonden agrarische bedrijfsvoering toe, waarbij het gebruik van de agrarische gronden noodzakelijk moet zijn voor het functioneren van het bedrijf. Uit het ondernemingsplan en de feiten bleek dat appellant vooral tulpen potte, broeide en verhandelde in gebouwen, waarbij slechts een gering deel van het jaar tulpen buiten worden geplaatst.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van de agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf. Daarom is het bedrijf niet aan te merken als grondgebonden agrarisch bedrijf en was het college gerechtigd de vergunning te weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.