ECLI:NL:RVS:2020:439
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor rundveestal wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht weigerde op 15 november 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een rundveestal op een perceel te Heerjansdam. Het bedrijf exploiteert een agrarisch bedrijf gericht op het verhuren van runderen voor begrazingsbeheer in natuurgebieden, met een kleinschalige slachterij. De stal is bedoeld voor huisvesting van runderen in de winterperiode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het bedrijf geen grondgebonden veehouderij is en dat de vergunning terecht werd geweigerd. In hoger beroep stelde appellant dat het bedrijf wel degelijk een grondgebonden veehouderij is, mede omdat het vee in de zomer op open natuurgrond graast, ook buiten het perceel. De Afdeling oordeelde dat de definitie van grondgebonden veehouderij dit toelaat en dat het beweiden van vee in natuurgebieden als open grond geldt.
Verder stelde appellant dat het bedrijf een reëel agrarisch bedrijf is, wat werd bevestigd door een deskundigenadvies. Het college had dit niet betwist. Tevens stelde appellant dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat het college niet binnen de wettelijke termijn had beslist. De Afdeling bevestigde dit en oordeelde dat het college niet bevoegd was het besluit van 15 november 2017 te nemen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het collegebesluit vernietigd, en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd; de vergunning is van rechtswege verleend.