ECLI:NL:RVS:2016:1996
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 28 februari 2016 legde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 mei 2016 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de rechtsgeldigheid van het Tijdelijk besluit uitzonderingen terugkeerrichtlijn (Tbut), dat als tijdelijke overgangsmaatregel dient ter omzetting van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank had geoordeeld dat het Tbut niet langer rechtsgeldig was, waardoor het terugkeerbesluit jegens de vreemdeling ontbrak en de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was.
De Raad van State oordeelde dat het Tbut wel rechtsgeldig is als tijdelijke maatregel, ondanks vertraging in de formele wetgeving. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd toegewezen, en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.