ECLI:NL:RVS:2016:2009
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking Nederlands paspoort wegens onttrekking strafuitvoering
Appellant heeft bij de Nederlandse ambassade in Bangkok een paspoort aangevraagd, maar dit verzoek werd op 9 april 2014 door de minister afgewezen vanwege een registratie in het Register Paspoortsignaleringen wegens een onherroepelijke gevangenisstraf van acht maanden. De minister baseerde zich op artikel 18 van Pro de Paspoortwet, dat weigering toestaat als er een gegronde verdenking bestaat dat iemand zich aan de tenuitvoerlegging van een straf onttrekt.
Appellant voerde aan dat het artikel niet op hem van toepassing is omdat hij al in het buitenland verblijft en dat het gebruik van het artikel misbruik is om hem te dwingen naar Nederland terug te keren. Tevens stelde hij dat zijn bewegingsvrijheid onrechtmatig wordt beperkt en dat hij strafbaar is in Thailand zonder paspoort.
De Raad van State oordeelde dat het gegronde vermoeden van onttrekking ook geldt als iemand zich al in het buitenland bevindt en dat het verblijf van appellant in Thailand feitelijk een onttrekking aan de strafuitvoering inhoudt. Het gratieverzoek heeft geen opschortende werking bij ongeoorloofde afwezigheid. Het ontbreken van een paspoort is geen rechtvaardiging voor afwezigheid. De beperking van de bewegingsvrijheid is gerechtvaardigd en niet disproportioneel. Er zijn geen dringende redenen voor verblijf in Thailand gesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van het paspoort bevestigd.