ECLI:NL:RVS:2016:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening vaststelling kinderopvangtoeslag 2009
De appellant ontving een voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor opvang van zijn vier kinderen via een Duitse instelling. De Belastingdienst stelde de toeslag vast op nihil en vorderde het voorschot terug, omdat de opvang niet plaatsvond via een geregistreerde buitenlandse kinderopvanginstelling. De rechtbank vernietigde eerder een bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege het ontbreken van een overeenkomst en registratie.
De appellant verzocht vervolgens om herziening van de vaststelling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank. De opvang door tussenkomst van een niet-geregistreerde instelling voldoet niet aan de wettelijke eisen. Het enkele feit dat de appellant de opvang thuis liet verzorgen na het overlijden van zijn echtgenote, verandert hier niets aan. Ook het ontbreken van reactie van de Belastingdienst op brieven van appellant leidt niet tot een ander oordeel.
De Afdeling oordeelt dat het verzoek tot herziening terecht is afgewezen en bevestigt het eerdere vonnis. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.