ECLI:NL:RVS:2016:2067
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: beoordeling terugkeerintentie en vernietiging uitspraak rechtbank
De vreemdeling werd op 26 april 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij illegaal probeerde Groot-Brittannië te bereiken. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend, stellende dat de vreemdeling te kennen had gegeven Nederland te willen verlaten conform artikel 59, derde lid, Vreemdelingenwet 2000.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in met het verweer dat de vreemdeling zijn intentie om terug te keren niet aannemelijk had gemaakt en deze niet had geconcretiseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de enkele verklaring van de vreemdeling onvoldoende is als deze niet wordt geconcretiseerd en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, was voldaan.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit werd alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.