ECLI:NL:RVS:2012:BY7395
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig wegens geconcretiseerde vertrekwens en geldig vliegticket
De vreemdeling werd op 3 oktober 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij beschikte over een geldig Roemeens identiteitsdocument en een vliegticket voor een vlucht naar Roemenië op 5 oktober 2012. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bewaring ongegrond, stellende dat de verklaring van de vreemdeling niet geloofwaardig was vanwege eerdere illegale verblijven en eerdere bewaring.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verklaring van de vreemdeling niet geloofwaardig was, aangezien hij zijn vertrekwens had geconcretiseerd met een geldig vliegticket en er gelegenheid was om Nederland te verlaten.
De bewaring was daarom van aanvang af onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, waardoor een bevel achterwege bleef. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.