ECLI:NL:RVS:2016:2075
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende medewerking aan vertrek ondanks medische omstandigheden
De vreemdelingen, een gezin van Armeense afkomst met Azerbeidzjaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende medewerking aan vertrek, hetgeen ook in het besluit op bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de gezondheidstoestand van de minderjarige zoon niet voldoende was meegewogen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdelingen niet voldeden aan de cumulatieve voorwaarden voor medewerking aan vertrek, omdat zij een toezegging hadden ontvangen voor laissez passer van de Armeense autoriteiten. De Raad van State oordeelde dat de Regeling beleidsvrijheid biedt en dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdelingen niet meewerkten aan vertrek, ondanks de medische omstandigheden. Medische problemen kunnen een rol spelen, maar maken niet dat medewerking niet mag worden verlangd wanneer terugkeer mogelijk is.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De medische omstandigheden vielen buiten de reikwijdte van de Regeling en konden niet leiden tot afwijking van het beleid. Ook het beroep op het EVRM faalde omdat niet was vastgesteld dat effectieve behandeling in Armenië ontbreekt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd.