ECLI:NL:RVS:2016:2125
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, welke door de staatssecretaris op 7 oktober 2014 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel in een uitspraak van 7 januari 2016. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en rechtmatig verblijf te verkrijgen tijdens de procedure.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening geen spoedeisend belang opleverde omdat onduidelijk was of en wanneer uitzetting zou plaatsvinden. Daarnaast werd meegewogen dat het treffen van de voorziening verstrekkende gevolgen zou hebben, aangezien de vreemdeling op dat moment niet rechtmatig in Nederland verbleef en geen recht had op uitkeringen. Uit de stukken bleek niet dat de vreemdeling geen andere middelen had om in haar onderhoud te voorzien.
Daarom woog het belang van de staatssecretaris zwaarder dan dat van de vreemdeling en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het hoger beroep aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om rechtmatig verblijf te verkrijgen gedurende het hoger beroep is afgewezen.