ECLI:NL:RVS:2016:2154

Raad van State

Datum uitspraak
3 augustus 2016
Publicatiedatum
3 augustus 2016
Zaaknummer
201507950/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit weigering toevoeging advocaat voor psychiatrisch patiëntenrecht

De appellant had een toevoeging gevraagd voor mr. E.N. Bouwman, die niet was ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand voor psychiatrisch patiëntenrecht. De raad weigerde de toevoeging ambtshalve en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de raad niet bevoegd is om een last tot toevoeging van de rechtbank naast zich neer te leggen, ook als de advocaat niet is ingeschreven voor de specialisatie.

De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad, en beveelt dat de raad uitvoering geeft aan de last tot toevoeging. De overige gronden van appellant behoeven geen bespreking. Daarnaast wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.

Deze uitspraak bevestigt dat de raad voor rechtsbijstand gebonden is aan een door de rechtbank gegeven last tot toevoeging, ook als de advocaat niet de vereiste specialisatie heeft. Dit waarborgt de toegang tot rechtsbijstand in bijzondere procedures zoals die op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand om de toevoeging te weigeren is vernietigd en de raad is veroordeeld tot het verlenen van de toevoeging en vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

201507950/1/A2.
Datum uitspraak: 3 augustus 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2015 in zaak nr. 15/751 in het geding tussen:
[appellant]
en
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.
Procesverloop
Bij besluit van 8 oktober 2014 heeft de raad ambtshalve geweigerd [appellant] een toevoeging te verlenen.
Bij besluit van 5 januari 2015 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 september 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 mei 2016, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. E.N. Bouwman (hierna: Bouwman), advocaat te Utrecht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra, werkzaam bij de raad, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Op 25 september 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant de raad een last gegeven tot toevoeging van Bouwman ten behoeve van [appellant] voor een procedure over een voorlopige machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. De raad heeft de toevoeging geweigerd, omdat Bouwman niet bij de raad is ingeschreven voor rechtsbijstandverlening op het gebied van het psychiatrisch patiëntenrecht.
2. Zoals de Afdeling bij uitspraak van 27 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2089) ambtshalve heeft overwogen, is de raad niet bevoegd een door de rechtbank gegeven last tot toevoeging naast zich neer te leggen, omdat de in de last vermelde advocaat niet door de raad is ingeschreven voor de daarvoor geldende specialisatie. Dat betekent dat de raad ten onrechte geen toevoeging ten behoeve van [appellant] heeft verstrekt aan Bouwman. Omdat het hoger beroep reeds hierom gegrond zal worden verklaard, behoeven de door [appellant] in hoger beroep aangevoerde gronden geen bespreking.
3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het tegen het besluit van 5 januari 2015 ingestelde beroep gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. Dit betekent dat de raad uitvoering dient te geven aan de door de rechtbank Oost-Brabant op 25 september 2014 gegeven last tot toevoeging van Bouwman.
4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van het beroep en hoger beroep te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2015 in zaak nr. 15/751;
III. verklaart het door [appellant] bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het besluit van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van 5 januari 2015;
V. veroordeelt het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.984,00 (zegge: negentienhonderdvierentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VI. gelast dat het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
w.g. Bijloos w.g. Hazen
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2016
452.