ECLI:NL:RVS:2016:2163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 juli 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 28 augustus 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de toepassing van de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende garanties bestonden dat gezinnen met minderjarige kinderen in Italië adequaat worden opgevangen, mede gelet op het arrest Tarakhel van het EHRM.
De Afdeling oordeelde echter dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de toezeggingen en rapporten over de opvang in Italië voldoende waarborgen bieden. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover daarin werd bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen, en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit geheel in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,-.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijven geheel in stand.