ECLI:NL:RVS:2016:2179
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschot kinderopvangtoeslag wegens niet-aangetoonde betaling
Appellante maakte in 2013 gebruik van kinderopvang voor haar twee kinderen en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde het voorschot over 2013 op nihil omdat appellante niet kon aantonen dat zij de kosten zelf had betaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat de door haar overgelegde factuurhistorie onvoldoende duidelijkheid gaf over de kosten en betalingen.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij de kosten niet had aangetoond en dat zij rekening had moeten houden met haar persoonlijke omstandigheden. De Raad van State oordeelde dat appellante weliswaar met een factuurhistorie kon aantonen dat de totale kosten €29.765,32 bedroegen, maar dat zij niet kon aantonen dat zij het verschil tussen de kosten en de door de Belastingdienst betaalde voorschotten (€1.061,32) zelf had voldaan.
De Afdeling benadrukte dat aanspraak op kinderopvangtoeslag alleen bestaat indien de kosten daadwerkelijk zijn betaald. Het niet kunnen aantonen van betaling van het volledige bedrag leidt tot rechtmatigheid van de nihilstelling. Persoonlijke omstandigheden kunnen niet leiden tot afzien van terugvordering, omdat de wet dit uitsluit. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.