ECLI:NL:RVS:2016:2220
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 23 juni 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 11 februari 2016. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had geoordeeld over het verzoek van de vreemdeling tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde ruim vier jaar en elf maanden, waarbij de behandeling van het beroep bij de rechtbank minder dan twee jaar duurde, zodat de overschrijding volledig aan de staatssecretaris kon worden toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het deel van de uitspraak waarin niet op het verzoek om schadevergoeding was beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van €3.000 aan de vreemdeling als vergoeding voor immateriële schade. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €744, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van €3.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.