ECLI:NL:RBDHA:2020:11630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens niet aannemelijk maken identiteit en nationaliteit
Eiser, van Mauritaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend waarbij steeds twijfel bestond over zijn identiteit en herkomst. Eerder is vastgesteld dat zijn verklaringen hierover tegenstrijdig en ongeloofwaardig zijn, en hij heeft geen authentieke documenten kunnen overleggen.
In zijn tweede opvolgende asielaanvraag voert eiser homoseksualiteit als nieuw asielmotief aan, maar verweerder acht dit niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan onderbouwing. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat geen nieuwe relevante feiten zijn aangevoerd.
De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht heeft afgezien van een gehoor, gezien het ontbreken van nieuwe elementen en de wettelijke mogelijkheid om bij opvolgende aanvragen een persoonlijk onderhoud achterwege te laten. Ook is geen motiveringsgebrek vastgesteld ten aanzien van het niet overwegen van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen. De rechtbank wijst erop dat eiser niet heeft voldaan aan zijn samenwerkingsplicht door geen relevante nieuwe informatie te verstrekken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de tweede opvolgende asielaanvraag.