ECLI:NL:RVS:2016:2277
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak opheffing vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde een vreemdeling in vreemdelingenbewaring bij besluit van 12 april 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hevelde de bewaring op, omdat de uitspraak niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek was gedaan. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de termijn van zeven dagen strikt geldt en niet verlengd kan worden met toepassing van de Algemene termijnenwet, omdat het hier gaat om een termijn die verband houdt met vrijheidsbeneming. De rechtbank had de uitspraak op 9 mei 2016 gedaan, terwijl de termijn op 5 mei 2016 was geëindigd. Dit betekent dat de termijn is overschreden zonder dat er feiten of omstandigheden waren die deze overschrijding rechtvaardigen.
Daarom is het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens overschrijding van de uitspraaktermijn.