ECLI:NL:RVS:2016:2311
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging vergunning horeca-activiteiten in winkelruimte te Bergen
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 5 december 2013 een omgevingsvergunning aan appellante voor het gebruik van 14 m2 winkeloppervlak voor de verkoop en het ter plaatse nuttigen van broodjes en niet-alcoholische dranken. Partijen uit de omgeving maakten bezwaar tegen deze vergunning en het gebruik voor horecadoeleinden. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van partijen gegrond en schorste de werking van de vergunning.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen, waarbij het gebruik als ondergeschikte horeca binnen de detailhandelsbestemming valt. Het college had de belangen van omwonenden betrokken en de ruimtelijke uitstraling afgewogen, mede door het beperken van het horecagedeelte tot 10 m2.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van partijen ongegrond. Tevens werd het besluit van 28 juli 2015, waarin het bezwaar van partijen tegen de vergunning werd afgewezen, vernietigd omdat dit besluit de grondslag verloor na vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het griffierecht werd aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is gegrond verklaard en het beroep van partijen tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard.