ECLI:NL:RVS:2016:2353
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale afzet van grond in ontgrondingenplas
De zaak betreft een hoger beroep van De Ingensche Waarden B.V. (DIW) tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Gelderland vanwege het voorgenomen storten van grond in de voormalige ontgrondingenplas De Ingensche Waarden.
De rechtbank had het bezwaar van DIW tegen het dwangsombesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat het storten van grond zonder vergunning niet is toegestaan en het gevaar van overtreding reëel is.
DIW voerde aan dat de afzet van grond als nuttige toepassing moet worden gezien op grond van Europese richtlijnen en het Besluit omgevingsrecht, waardoor geen vergunningplicht zou gelden. De Raad van State oordeelt echter dat het storten van grond en baggerspecie in deze situatie een verwijderingshandeling is en derhalve vergunningplichtig.
De Afdeling bevestigt dat de ontgrondingenplas een inrichting voor het storten van afvalstoffen is en dat de vergunningplicht geldt voor het storten van grond. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.