ECLI:NL:RVS:2016:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Arbeidsomstandighedenbesluit bij asbestverwijdering
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een boete van €21.600 wegens vier overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Na bezwaar werd de boete verminderd tot €10.800 wegens twee overtredingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vennootschap stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vennootschap voerde aan dat zij het Arbobesluit niet had overtreden, onder meer omdat de kit in de gevelkozijnen niet asbest bevatte en dat er geen asbeststof in de lucht was vrijgekomen. Ook werd betoogd dat de minister niet had bewezen dat asbesthoudende standleidingen waren verwijderd door haar werknemers. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht een boete oplegde wegens overtreding van artikel 4.45, eerste lid, van het Arbobesluit, omdat de werkmethoden niet zo waren ingericht dat geen asbeststof vrijkwam.
Daarnaast werd geoordeeld dat de boete wegens overtreding van artikel 4.48a, eerste lid, niet terecht was opgelegd, omdat de regelgeving ruimte laat voor andere maatregelen dan het handhaven van een onderdruk van twintig Pascal om verspreiding van asbeststof te voorkomen. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 23 januari 2015, herroept het besluit van 8 augustus 2014 en stelt de boete vast op €5.400. Tevens veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €5.400,00 en het hoger beroep gegrond verklaard.