ECLI:NL:RVS:2016:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting bedrijfspand wegens hennepkwekerij en handhaving openbare orde
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de onmiddellijke sluiting voor onbepaalde tijd bevolen van een bedrijfspand waar een hennepkwekerij met 1395 hennepplanten was aangetroffen. De eigenaar van het pand, tevens verhuurder, maakte bezwaar tegen dit besluit, omdat de hennepkwekerij was verwijderd en het pand opnieuw was verhuurd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van de burgemeester, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Zowel de eigenaar als de burgemeester stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat de burgemeester terecht de sluiting had bevolen, omdat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep voldoende is voor bestuursdwang, ongeacht verwijtbaarheid van de eigenaar.
De Raad van State bevestigde dat het belang van de openbare orde prevaleert boven het belang van de eigenaar en dat het tijdsverloop tussen ontdekking en sluiting niet onredelijk was. Het hoger beroep van de eigenaar werd ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de burgemeester niet-ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de eigenaar wordt ongegrond verklaard en de sluiting van het bedrijfspand wordt bevestigd.