Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam 1], te [plaatsnaam], verzoeker
de Burgemeester van de gemeente Roermond, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoeker, bewoner en huurder van een woning in een flatgebouw, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder tot sluiting van zijn woning voor de duur van één maand op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In de woning was een in werking zijnde hennepplantage met 213 planten aangetroffen, inclusief aanwijzingen van eerdere oogsten en gevaarzetting door manipulatie van de elektriciteitsinstallatie.
Verzoeker voerde aan dat sluiting niet noodzakelijk en niet evenredig was, onder meer omdat de plantage niet uitzonderlijk groot zou zijn, er geen bewijs was van eerdere oogsten, geen handel of overlast was vastgesteld, en hij financieel niet in staat was elders te wonen. Verzoeker stelde ook dat de hennepkwekerij niet van hem was en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot sluiting en dat de ernst van de situatie, de omvang van de plantage, eerdere oogsten, gevaarzetting en de ligging in een drugsgevoelige wijk een ernstig geval vormden dat sluiting rechtvaardigde. De stelling van verzoeker dat de kwekerij niet van hem was, werd verworpen omdat hij als enige bewoner verantwoordelijk was en de sleutel aan anderen had gegeven terwijl hij wist van de hennepteelt.
Ook het tijdsverloop van 3,5 maand deed niet af aan de noodzaak van sluiting. De voorzieningenrechter zag geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maakten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens een hennepplantage wordt afgewezen.