ECLI:NL:RVS:2016:2435
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 24 februari 2016 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtsvraag over de verbindendheid van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak, waardoor het hoger beroep kennelijk gegrond was. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van 24 februari 2016 opnieuw aan de beroepsgronden.
De vreemdeling voerde aan dat zijn psychische problemen onvoldoende waren meegewogen bij de beoordeling van een lichter middel, maar dit werd verworpen omdat de staatssecretaris dit gemotiveerd had beoordeeld. Daarnaast werd het standpunt van de vreemdeling dat hij zich niet aan toezicht had onttrokken verworpen op basis van feiten dat hij geen vaste verblijfplaats had en niet binnen de gestelde termijn Nederland had verlaten.
Ook het betoog dat zicht op uitzetting binnen redelijke termijn ontbrak werd verworpen omdat de vreemdeling niet had meegewerkt aan het verkrijgen van documenten ter vaststelling van zijn identiteit. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.